Schrijnen stamde uit een oud Limburgs geslacht van medici en apothekers. Ook zijn vader was apotheker. Joseph Schrijnen was een jongere broer van bisschopLaurent Schrijnen, de vierde bisschop van het tweede Bisdom Roermond.
Opleiding en eerste betrekking
Hij kreeg zijn middelbare opleiding te Roermond en deed een voorbereidende filosofie-studie te Rolduc, alvorens klassieke letteren te gaan studeren aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1891 promoveerde hij summa cum laude. Na zijn theologische studie aan het Grootseminarie te Roermond werd hij in 1894 priester gewijd. Van 1894 tot 1912 was hij werkzaam als leraar aan het Bisschoppelijk College te Roermond, gedeeltelijk in dezelfde periode waarin ook zijn broer Laurent daar leraar was.
Academische loopbaan
In 1910 werd hij vanwege de Sint-Radboudstichting benoemd tot lector aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, om onderwijs te geven in de klassieke taalkunde en de cultuurgeschiedenis der Christelijke oudheid. In 1912 volgde zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar vanwege de St. Radboudstichting, en sinds 1921 was hij tevens buitengewoon hoogleraar in de Algemene Taalwetenschap.
Mevr. prof. dr. Chr.A.E.M. Mohrmann, 'Schrijnen, Joseph Charles François Hubert (1869-1938)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1, Den Haag 1979.